Betekenis van:
trainen

trainen
Werkwoord
  • het doen van lichamelijke oefeningen
"Er werd hard getraind voor het kampioenschap."
trainen
Werkwoord
  • door middel van oefeningen een bepaalde vaardigheid opbouwen
"Dit is iets dat wel degelijk getraind kan worden."

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Indien gebruik wordt gemaakt van automatische drinknippels kan het nodig zijn sommige dieren in het gebruik daarvan te trainen.
  2. individuen of groepen herbergen, financieren, faciliteiten bieden, ondersteunen, organiseren, trainen, of aanzetten tot geweld- of terreur tegen andere staten of hun burgers in de regio;
  3. Het is zelfs de bedoeling de werknemers uit hun normale werkomgeving te halen en hen in een simulatieomgeving [12] te trainen of hen kennis te laten maken met de manier waarop „slankheids”-beginselen in andere (benchmark-)fabrieken worden toegepast.