Betekenis van:
trainen
trainen
Werkwoord
- het doen van lichamelijke oefeningen
"Er werd hard getraind voor het kampioenschap."
trainen
Werkwoord
- door middel van oefeningen een bepaalde vaardigheid opbouwen
"Dit is iets dat wel degelijk getraind kan worden."
Werkwoord
Voorbeeldzinnen
- Indien gebruik wordt gemaakt van automatische drinknippels kan het nodig zijn sommige dieren in het gebruik daarvan te trainen.
- individuen of groepen herbergen, financieren, faciliteiten bieden, ondersteunen, organiseren, trainen, of aanzetten tot geweld- of terreur tegen andere staten of hun burgers in de regio;
- Het is zelfs de bedoeling de werknemers uit hun normale werkomgeving te halen en hen in een simulatieomgeving [12] te trainen of hen kennis te laten maken met de manier waarop „slankheids”-beginselen in andere (benchmark-)fabrieken worden toegepast.