Betekenis van:
trapsgewijs
trapsgewijs
Bijvoeglijk naamwoord
- bij trappen
"hij dreef het tempo trapsgewijs op"
"een trapsgewijze ontwikkeling"
trapsgewijs
Bijvoeglijk naamwoord
- op de wijze van een trap
"Het publiek zit in een driekwart-cirkel trapsgewijs om de cicuspiste."
trapsgewijs
Bijvoeglijk naamwoord
- in trappen, stap voor stap
"De trapsgewijze invoering van de kilometerheffing."