Betekenis van:
twintig

twintig
Telwoord
  • 2 x 10, in Arabische cijfers: 20, in Romeinse cijfers: XX

Voorbeeldzinnen

  1. Twintig families leven hier.
  2. Ik ben twintig geworden.
  3. Ze is net twintig geworden.
  4. Twintig jaar is een lange tijd.
  5. Kan ik je binnen twintig minuten terugbellen?
  6. Ze rookt twintig sigaretten per dag.
  7. Mijn familie woont daar al twintig jaar.
  8. Kan ik je binnen twintig minuten terugbellen?
  9. Meer dan twintig jongens gingen erheen.
  10. In haar twintig eerste levensjaren werd ze dikwijls voor een jongen gehouden.
  11. Ik ben niet van plan om voor twintig man te koken.
  12. Ik heb twintig wazige geschoten om een bijna goed te hebben.
  13. Nadat hij ditmaal twintig seconden lang naar een Arabisch liedje had geluisterd - want als hij tien seconden lang had geluisterd, zou dit een dubbele zin zijn - hoorde Dima eindelijk een bekende stem zeggen: "As-salamoe aleikoem!"
  14. twintig punten voor de hoofddienst;
  15. De groep bestaat uit ten hoogste twintig leden.