Betekenis van:
twintig
twintig
Telwoord
- 2 x 10, in Arabische cijfers: 20, in Romeinse cijfers: XX
Voorbeeldzinnen
- Twintig families leven hier.
- Ik ben twintig geworden.
- Ze is net twintig geworden.
- Twintig jaar is een lange tijd.
- Kan ik je binnen twintig minuten terugbellen?
- Ze rookt twintig sigaretten per dag.
- Mijn familie woont daar al twintig jaar.
- Kan ik je binnen twintig minuten terugbellen?
- Meer dan twintig jongens gingen erheen.
- In haar twintig eerste levensjaren werd ze dikwijls voor een jongen gehouden.
- Ik ben niet van plan om voor twintig man te koken.
- Ik heb twintig wazige geschoten om een bijna goed te hebben.
- Nadat hij ditmaal twintig seconden lang naar een Arabisch liedje had geluisterd - want als hij tien seconden lang had geluisterd, zou dit een dubbele zin zijn - hoorde Dima eindelijk een bekende stem zeggen: "As-salamoe aleikoem!"
- twintig punten voor de hoofddienst;
- De groep bestaat uit ten hoogste twintig leden.