Betekenis van:
uitdelen

uitdelen
Werkwoord
  • meerdere personen ergens op trakteren
"Op zijn verjaardag deelde Joost chips uit."

Voorbeeldzinnen

  1. het begaan van een onder a) bedoelde gedraging door het publiekelijk verspreiden of uitdelen van geschriften, afbeeldingen of ander materiaal;
  2. het uitdelen van voorlichtingspakketten waarin wordt gewezen op de mogelijke risico's van het internet („veilig surfen op internet”, „spam wegfilteren”) en het opzetten van telefonische hulpdiensten die permanent bereikbaar zijn voor meldingen of klachten over schadelijke of illegale inhoud;
  3. Bovendien hadden, nog steeds volgens de belanghebbenden, de vennootschappen waarbij omzetting van rechtspersoon plaatsvond — anders dan bij de kredietinstellingen waarbij omzetting van rechtspersoon plaatsvond — hun historische vermogenswinst kunnen uitdelen zonder dat zij daarover enige vennootschapsbelasting verschuldigd waren, maar zou over de bewuste dividenden — volgens het tot 31 december 2003 geldende toerekeningsstelsel — belasting worden geheven op het niveau van de ontvangende aandeelhouder.
  4. Deze verlaagde belasting vormt een voordeel, omdat de betrokken vennootschap een lager dan normale winstbelasting betaalt en deze winst aan haar aandeelhouders kan uitdelen in de vorm van dividenden, waarmee zij ten aanzien van de reeds voldane vennootschapsbelasting eventueel een recht op belastingkredieten of belastingvrijstellingen doet ontstaan.