Betekenis van:
uiteenlopen

uiteenlopen
Werkwoord
  • verschillend zijn
"Hij legt uit dat de levensopvattingen van de Han-Chinezen en Tibetanen altijd ver uiteengelopen hebben."
uiteenlopen
Werkwoord
  • zich in verschillende richting bewegen
"Beider standpunten waren echter te veel uiteengelopen."
uiteenlopen
Werkwoord
  • uiteenwijken; verschillen
"sterk uiteenlopen"
"uiteenlopende meningen/kunstvoorwerpen"

Synoniemen

Hyperoniemen