Betekenis van:
uitleg

uitleg (de ~ | meervoud uitleggen)
Zelfstandig naamwoord
  • woorden ter verheldering; opheldering; uitleg; het van motief voorzien
"voor verkeerde uitleg vatbaar zijn"
"een uitleg geven aan iets"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

uitleg
Zelfstandig naamwoord
  • een verhaal bedoeld om iets begrijpelijk te maken
"Zijn uitleg maakte het al snel duidelijk."

Voorbeeldzinnen

  1. Bedankt voor de uitleg.
  2. Bedankt voor de uitleg.
  3. Aanvaardt ge deze uitleg?
  4. Zijn uitleg is niet duidelijk.
  5. Foute uitleg, verkeerde beschrijving
  6. Ik denk dat ge haar wat uitleg zult moeten geven.
  7. [Geef uitleg.]
  8. UITLEG REGLEMENT VAN ORDE
  9. Veld 1: zie uitleg hierboven.
  10. Appendix 2 geeft uitleg over deze controles.
  11. De Commissie wees deze uitleg af.
  12. Veld 1 en 2: zie uitleg hierboven.
  13. Veld 1 en 2: zie uitleg hierboven.
  14. Uitleg over de herkomst en besteding van middelen:
  15. Punten die geen uitleg behoeven, worden hieronder niet vermeld.