Betekenis van:
uitnodigen

uitnodigen
Werkwoord
  • iemand verzoeken iets bij te wonen
"Hij nodigde hen uit voor een belangrijke bijeenkomst."
uitnodigen
Werkwoord
  • het verzoek tot iem. richten ergens of bij iem. te komen, iets te doen enz.
"iemand uitnodigen op de koffie"
"iemand uitnodigen voor [een sollicitatiegesprek]"

Synoniemen

Hyperoniemen