Betekenis van:
uitzicht

uitzicht
Zelfstandig naamwoord
  • verwachting, iets waar men naar kan uitzien
"Gelukkig heeft hij uitzicht op een betere baan."
uitzicht
Zelfstandig naamwoord
  • wat men van de omgeving vanaf een bepaalde plek kan zien
"Vanaf deze toren heeft men een prachtig uitzicht op het natuurgebied."
uitzicht (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • vooruitzicht
"uitzicht geven/bieden op iets"
"uitzicht op [promotie]"

Synoniemen

Hyperoniemen