Betekenis van:
vaak
vaak (de ~)
Bijwoord
- veelvuldig; slaperig gevoel; frequent
"vaak hebben"
"praatjes voor de vaak"
Synoniemen
Hyperoniemen
vaak
Bijwoord
- vele malen
vaak
Zelfstandig naamwoord
- de slaap
vaak
Zelfstandig naamwoord
- vele malen
Voorbeeldzinnen
- Hij wordt vaak verliefd.
- Italianen drinken vaak koffie.
- We lunchen vaak samen.
- Kinderen hebben vaak een hekel aan spinazie.
- Mijn moeder bakt ons vaak appeltaarten.
- Bekende honkbalspelers worden vaak om handtekeningen gevraagd.
- We associëren zwart vaak met de dood.
- Ze klaagt over hoofdpijn, en vaak.
- Hij komt vaak laat op school.
- Ik kijk vaak TV voor het avondeten.
- Dat is iets dat vrij vaak gebeurt.
- Toen ze studeerde, ging ze vaak naar de discotheek.
- Ik zwem vaak op het strand in de zomer.
- Mensen van je leeftijd hebben vaak dit probleem.
- Fantasie is vaak de moeder van de kunst.