Betekenis van:
vaardigheid

vaardigheid (de ~ | meervoud vaardigheden)
Zelfstandig naamwoord
  • gemak waarmee je iets doet; vaardigheid
"praktische vaardigheden"
"sociale/communicatieve vaardigheden"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

vaardigheid
Zelfstandig naamwoord
  • het vermogen om een handeling bekwaam uit te voeren of een probleem juist op te lossen
"Zij heeft de vaardigheid goed met kinderen om te kunnen gaan."

Voorbeeldzinnen

  1. ICT-vaardigheid
  2. ICT-vaardigheid;
  3. Personen die belast zijn met de beoordeling van de vaardigheid van piloten moeten:
  4. ICT-vaardigheid in de bedrijfseenheid en de vraag naar ICT-vaardigheden
  5. ICT-vaardigheid in de bedrijfseenheid en de vraag naar ICT-vaardigheden.
  6. Als dat wel zo is, dient de panelleider de vaardigheid van het panel te controleren.
  7. Zijn/haar vaardigheid moet periodiek (minstens eens per jaar) door de bevoegde autoriteit worden gecontroleerd.
  8. De systemen, apparatuur en uitrustingsstukken moeten bediend kunnen worden zonder dat daarvoor buitengewone vaardigheid of kracht nodig is.
  9. Ieder bemanningslid dient de nodige kennis en vaardigheid te bezitten met betrekking tot alle relevante elementen van het trainingsprogramma.
  10. een theoretische test met een of meer vragen om die vaardigheid of kennis te testen, zoals in de categoriekolommen aangegeven met (T);
  11. De levensvatbaarheid van de bank hangt daarentegen af van het economisch prestatievermogen van de bank en haar vaardigheid om risico's te beheren, die onafhankelijk daarvan moeten worden beoordeeld.
  12. Lijntests dienen de vaardigheid vast te stellen om op bevredigende wijze een volledige lijnvlucht uit te voeren, met inbegrip van procedures vóór en na de vlucht en gebruik van de aanwezige apparatuur, zoals vermeld in het vluchthandboek.
  13. De vooruitzichten voor de levensvatbaarheid zijn in belangrijke mate afhankelijk van de toekomstige winsten en de versterking van het kernvermogen, en met name van de vaardigheid om nieuwe contracten te sluiten en de volledige tenuitvoerlegging van het herstructureringsplan.
  14. vaardigheid in een taal die gebruikelijk is in de financiële wereld, op een niveau dat de deskundige in staat stelt om deel te nemen aan discussies en rapporten op te stellen in die taal.
  15. Een vloeiende overgang van de ene vluchtfase naar de andere moet mogelijk zijn zonder dat daarvoor onder aannemelijke vluchtuitvoeringsomstandigheden een buitengewone vaardigheid, oplettendheid, kracht of belasting van de piloot vereist is.