Betekenis van:
vaartuig

vaartuig (het ~ | meervoud vaartuigen)
Zelfstandig naamwoord
  • vervoermiddel op of onder water
"een vaartuig bergen"
"grote/kleine vaartuigen"

Hyperoniemen

Hyponiemen

vaartuig
Zelfstandig naamwoord
  • een vervoermiddel voor vervoer over wateroppervlakten
"Het zelfgemaakte vlot bleek geen zeewaardig vaartuig te zijn."

Voorbeeldzinnen

  1. vaartuig
  2. vaartuig
  3. TYPE VAARTUIG
  4. Geïnspecteerd vaartuig
  5. Polyvalent vaartuig
  6. VAARTUIG/TONNARA
  7. 1 vaartuig
  8. Vlag vaartuig: …
  9. Grootteklasse vaartuig
  10. VAARTUIG [1]
  11. Soort vaartuig: …
  12. Inrichting/vaartuig
  13. Naam van het vaartuig
  14. Italië 1 vaartuig
  15. Vaartuig voor de kieuwnetvisserij