Betekenis van:
vaartuig

vaartuig (het ~ | meervoud vaartuigen)
Zelfstandig naamwoord
  • vervoermiddel op of onder water
"een vaartuig bergen"
"grote/kleine vaartuigen"

Hyperoniemen

Hyponiemen

vaartuig
Zelfstandig naamwoord
  • een vervoermiddel voor vervoer over wateroppervlakten
"Het zelfgemaakte vlot bleek geen zeewaardig vaartuig te zijn."