Betekenis van:
van gisteren

van gisteren
  • Van de dag voor vandaag.

Voorbeeldzinnen

  1. Ik ben niet van gisteren.
  2. Het weer van gisteren was vreselijk.
  3. Gisteren heb ik een brief van haar gekregen.
  4. Wat ze jou vertelden is het tegenovergestelde van wat ze mij gisteren vertelden.
  5. Gisteren heb ik kennis gemaakt met een van de beroemdste acteurs van de wereld.
  6. De sneeuw die gisteren is gevallen, is geen paksneeuw. Het is onmogelijk er sneeuwballen van te maken.