Betekenis van:
vastgrijpen

vastgrijpen
Werkwoord
  • iets stevig in de handen pakken
"Uzzia greep de Ark des Verbonds vast en werd op slag gedood."
vastgrijpen
Werkwoord
  • ''zich ~ aan'': zich verankeren door iets stevig beet te pakken
"Zij trachtten zich eraan vast te grijpen, maar de stroming was te sterk."

Voorbeeldzinnen

  1. Bij gereserveerde zitplaatsen zijn leuningen en handgrepen aangebracht die de passagier gemakkelijk kan vastgrijpen.
  2. Leuningen en handgrepen moeten een zodanige doorsnede hebben dat de passagiers ze gemakkelijk en stevig kunnen vastgrijpen.