Betekenis van:
vee

vee (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • tamme, viervoetige dieren die de mens wegens hun nut houdt
"vee houden"
"het vee graast in de wei"

Hyperoniemen

vee
Zelfstandig naamwoord
  • door de mens om economische redenen gehouden dieren

Voorbeeldzinnen

  1. Het is eigen aan de armen hun vee te tellen
  2. Paardenencefalomyelitis (alle vormen, met inbegrip van VEE)
  3. Bereide voeders voor vee en andere dieren
  4. de aankoop en toediening aan vee van parenterale vaccins, en
  5. Anders dan bluetongue bij schapen en vee, is paardenpest vrijwel altijd dodelijk voor paarden.
  6. 17 01 04 04 — Verkennende studie: risicofinancieringsmodel voor vee-epidemieën — Uitgaven voor administratief beheer: 500000 EUR.
  7. Herbetredingstermijnen, vereiste wachttijden of andere voorzorgsmaatregelen voor de bescherming van mensen, vee en milieu
  8. „direct contact”: het contact van personen of vee met delen onder spanning;
  9. Merken, nummers, aantal en soort van de colli of stuks vee; omschrijving van de goederen
  10. Contact van personen (of vee) met delen onder spanning (IEV 826-03-05).
  11. De emissiefactoren per type vee voor darmgisting en mestbeheer en per type gewas en het kunstmestgebruik (ton)
  12. vee- of vleeshandelaren die daar voor eigen rekening laten slachten en in een nationaal BTW-register zijn ingeschreven.
  13. de data waarop vee het land mag begrazen of waarop het land voor de productie van diervoeder wordt bebouwd.
  14. trends in de omvang van de veestapel voor elke categorie vee in Nederland en in de derogatiebedrijven,
  15. De aantallen vee per diersoort (voor darmgisting slachtrunderen en melkkoeien, schapen, voor mestbeheer ook varkens en pluimvee)