Betekenis van:
verband

Zelfstandig naamwoord

verband (het ~ | meervoud verbanden)
doek ter verbinding v.e. wond; verband
"een verband aanleggen"
"haar hand zit in het verband"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

verband (het ~ | meervoud verbanden)
samenhang
"dit houdt verband met het droge weer van de laatste tijd"
"de verdediging werd totaal uit verband gespeeld"

Hyperoniemen

Hyponiemen

verband (het ~ | meervoud verbanden)
contract
"onder hypothecair verband"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen