Betekenis van:
verloskundige

verloskundige
Zelfstandig naamwoord
  • iemand bekwaamd in de hulp bij geboortes
"Is de verloskundige al geweest?"
verloskundige (de ~ | meervoud verloskundigen)
Zelfstandig naamwoord
  • iemand die beroepsmatig bevallingen doet
  • Iemand die opgeleid is om vrouwen bij te staan bij een bevalling

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. VERLOSKUNDIGE
  2. VERLOSKUNDIGE”:
  3. Verloskundige ziekenhuisdiensten
  4. Opleiding tot verloskundige
  5. Gynaecologische en verloskundige pathologie
  6. Uitoefening van de beroepswerkzaamheden van verloskundige
  7. Specifieke vakken voor de werkzaamheden van verloskundige
  8. een voltijdse opleiding tot verloskundige van ten minste drie jaar:
  9. Regels ten aanzien van de erkenning van de opleidingstitels van verloskundige
  10. afval van verloskundige zorg en de diagnose, behandeling of preventie van ziektes bij de mens
  11. De opleiding tot verloskundige waarborgt dat de betrokkene de volgende kennis en bekwaamheid heeft verworven:
  12. Voor Roemeense opleidingstitels van verloskundige zijn alleen de volgende bepalingen inzake verworven rechten van toepassing:
  13. Het studieprogramma dat tot de opleidingstitels van verloskundige leidt, omvat de volgende twee onderdelen.
  14. De opleiding tot verloskundige omvat in totaal ten minste één van de volgende opleidingen:
  15. Hierin wordt verklaard dat de begunstigde, na de opleidingstitel van verloskundige te hebben behaald, in een ziekenhuis of in een daartoe erkende inrichting voor gezondheidszorg alle werkzaamheden van verloskundige gedurende het overeenkomstige tijdvak naar tevredenheid heeft verricht.