Betekenis van:
vitaliteit

vitaliteit (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • levenskracht, energie; herstellingsvermogen
"de vitaliteit van een boom/plant"
"vitaliteit uitstralen"

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. OVERWEGEND dat de vitaliteit van de culturen voor iedereen van belang is, ook voor mensen die tot minderheden behoren en voor autochtone volkeren, zoals die tot uiting komt in hun vrijheid om hun traditionele cultuuruitingen te scheppen, te verspreiden en te distribueren, en er toegang toe te hebben zodat zij er voor hun eigen ontwikkeling voordeel uit kunnen halen,