Betekenis van:
vliegverkeer

vliegverkeer
Zelfstandig naamwoord
  • het vervoer dat middels luchtvaart plaatsvindt
"Het vliegverkeer ondervond veel last van de aswolk van de vulkaan onder de Eyjafjallajökull."
vliegverkeer (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • het vliegen met luchtvaartuigen; vliegverkeer; alles van doen met de luchtvaart; verkeer van vliegtuigen
"het vliegverkeer met Kongo ligt volledig stil"
"het vliegverkeer tussen Schiphol en New York"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen


Voorbeeldzinnen

  1. Het nieuwe ontwerp voldoet aan de meteorologische voorwaarden voor het vliegverkeer en maakt instrumentennadering in alle weer (ILS CAT III) mogelijk.
  2. Dankzij het gewijzigde ontwerp van de af- en aanvliegroutes van beide banen zouden de door het vliegverkeer veroorzaakte geluidsemissies zich daar concentreren.
  3. Volgens vaste beschikkingspraktijk van de Commissie [33] Besluit van de Commissie van 19 maart 2003 betreffende Steunmaatregel N 309/02 — Frankrijk — Veiligheid van de luchtvaart — schadeloosstelling als gevolg van de aanslagen van 11 september 2001 (PB C 148 van 25.6.2003, blz. 7). valt de financiering van taken die tot de handhaving van de openbare orde en veiligheid behoren, of van de daarmee verbonden infrastructuur, buiten het staatssteuntoezicht. Zodoende kan de infrastructuur die bijvoorbeeld uit veiligheidsoverwegingen nodig is of die voor de controle en de beveiliging van het vliegverkeer en de luchthaven noodzakelijk is, uit overheidsmiddelen worden gefinancierd [35].