Betekenis van:
voogd
voogd (de ~ | meervoud voogden)
Zelfstandig naamwoord
- iem. aan wie door de wet, de rechter of bij testament de taak is opgedragen om voor de belangen van minderjarigen te zorgen en hen te vertegenwoordigen
"voogd over [je neef]"
"toeziend voogd"
Hyperoniemen
voogd
Zelfstandig naamwoord
- iemand die als vervanger het ouderlijk gezag uitoefent
Voorbeeldzinnen
- voogd
- MOEDER (VROUWELIJKE VOOGD)
- VADER (MANNELIJKE VOOGD)
- BEROEP VAN DE OUDERS (VOOGD)
- bv. advocaat ** bv. ouder, voogd, directeur *** facultatief
- toestemming van ouders of voogd (indien een minderjarige zonder ouders of voogd reist);
- (voor minderjarigen: handtekening persoon die ouderlijk gezag uitoefent/voogd)
- Handtekening (voor minderjarigen: handtekening persoon die ouderlijk gezag uitoefent/voogd)
- Verlies/schorsing van het recht om voogd te zijn [3]
- Bijvoorbeeld de persoon die de ouderlijke verantwoordelijkheid uitoefent of de voogd van een beschermde meerderjarige.
- Voogd voor een persoon die handelingsonbekwaam is of voor een minderjarige.
- Bijvoorbeeld de persoon die de ouderlijke verantwoordelijkheid uitoefent of de voogd van een beschermde meerderjarige.
- HOOGSTE NIVEAU VAN DOOR OUDERS (VOOGD) MET SUCCES AFGESLOTEN ONDERWIJS OF OPLEIDING
- Voor minderjarigen: Achternaam, voornaam, adres (indien dat verschilt van dat van de aanvrager) en nationaliteit van ouderlijk gezag/voogd
- is de wettelijke behartiger [6] Bijvoorbeeld de persoon die de ouderlijke verantwoordelijkheid uitoefent of de voogd van een beschermde meerderjarige.