Betekenis van:
voogdijschap

voogdijschap (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • toezicht op een minderjarige; het voogd zijn

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Woont de aanvrager samen met een kind dat jonger is dan 16 jaar waarover hij/zÿ het voogdijschap heeft?
  2. Woonde de aanvrager op het tijdstip van overlijden samen met een kind dat jonger was dan 18 jaar waarover de aanvrager en/of de overledene het voogdijschap hadden?
  3. Woonde de aanvrager op 31 december 1989 samen met een kind dat jonger was dan 16 jaar waarover zij het voogdijschap had?
  4. Woonde de aanvrager op 31 december 1989 samen met een kind dat jonger was dan 16 jaar waarover zij het voogdijschap had?
  5. Indien het kind niet het kind van de aanvrager is, dient een kopie te worden bijgesloten van een rechterlijke uitspraak of een ander document waaruit blijkt wie het voogdijschap over het kind heeft.
  6. van de 18 leden van de Raad van bestuur van de SNCF zijn er zeven rechtstreekse vertegenwoordigers van de overheid, zodat het duidelijk is dat er een zekere mate van voogdijschap wordt uitgeoefend door de overheid (hoewel deze zeven leden van de Raad van bestuur geen meerderheid vormen).