Betekenis van:
voorspellen

voorspellen
Werkwoord
  • aangeven.
"Deze voortekens voorspellen slecht nieuws."
voorspellen
Werkwoord
  • trachten iets te weten te komen over de toestand van een iets of iemand op basis van ervaring
voorspel (het ~ | meervoud voorspellen)
Zelfstandig naamwoord
  • erotische handelingen vóór de coïtus

Hyperoniemen

Hyponiemen