Betekenis van:
voortplanting

voortplanting (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • het voortplanten of zich voortplanten
"geslachtelijke voortplanting"
"ongeslachtelijke/geslachtloze voortplanting"

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Voortplanting (gebruikskenmerken)
  2. Giftigheid voor de voortplanting
  3. Vrouwelijke geiten voor de voortplanting
  4. vrouwelijke geiten voor de voortplanting
  5. vrouwelijke schapen voor de voortplanting
  6. Onderzoek naar de uitwerking op de voortplanting
  7. schadelijk voor de voortplanting (R46, R40),
  8. Geiten, vrouwelijke dieren voor de voortplanting
  9. Punt 30 — Voor de voortplanting giftige stoffen: categorie 2
  10. CMR-effecten (kankerverwekkendheid, mutageniteit en giftigheid voor de voortplanting).
  11. Het ontwerp moet de ontbranding en voortplanting van brand beperken.
  12. de toelating van raszuivere vrouwelijke runderen tot de voortplanting;
  13. Voor de voortplanting vergiftige stoffen van categorie 3 en R63 (ontwikkeling)
  14. Concentratie ≥ 1 % voor de voortplanting vergiftig (vruchtbaarheid) R62 verplicht (tenzij reeds R60 is toegekend)
  15. Cat. 1; R61 (vergiftig voor de voortplanting categorie 1; kan het ongeboren kind schaden) — Repr.