Betekenis van:
vruchtvlees
vruchtvlees
Zelfstandig naamwoord
- het zachte en/of sappige deel van een vrucht
"Het lekkerste vindt zij sap met vruchtvlees erin."
Voorbeeldzinnen
- kleur van het vruchtvlees,
- wit, stevig en zeer geurig vruchtvlees hebben.
- Het vruchtvlees moet volkomen gaaf zijn.
- Het vruchtvlees mag geen ernstige afwijkingen vertonen.
- Het vruchtvlees moet vrij zijn van ernstige afwijkingen.
- Kleur van het vruchtvlees indien deze niet rood is.
- vrij van aantasting van het vruchtvlees door plagen,
- nagenoeg vrij van aantasting van het vruchtvlees door plagen,
- Zij moeten vast zijn en het vruchtvlees moet volkomen gaaf zijn.
- Perzikbomen (Perzikbomen die vruchten met geel vruchtvlees voortbrengen), tussen „Andere” en „Nectarines”:
- aanwezigheid van levende parasieten in de vrucht en/of aantasting van het vruchtvlees door parasieten.
- Perzikbomen (Perzikbomen die vruchten met wit vruchtvlees voortbrengen), tussen „Andere” en „Nectarines”:
- De vrucht moet vrij vast zijn en het vruchtvlees mag geen ernstige afwijkingen vertonen.
- Het vruchtvlees moet volkomen gaaf zijn, en de schil moet vrij zijn van ruige ruwschilligheid.
- „schil”: zowel schil die vastzit aan het vruchtvlees van de peer als schil die los in de recipiënt wordt aangetroffen;