Betekenis van:
waterdicht

waterdicht
Bijvoeglijk naamwoord
  • waterproof; vochtbestendig; waterdicht
"(een) waterdichte jas/schoenen/laarzen"
"een waterdicht horloge"

Synoniemen

waterdicht
Bijvoeglijk naamwoord
  • ondoordringbaar voor water
waterdicht
Bijvoeglijk naamwoord
  • sluitende overeenkomst die geen mogelijkheid biedt voor ongewenste of onvoorziene interpretaties

Voorbeeldzinnen

  1. Dit horloge is waterdicht.
  2. Waterdicht
  3. Waterdicht schoeisel
  4. Waterdicht maken
  5. het waterdicht maken.
  6. het waterdicht maken, zie 45.22.
  7. Het schoeisel is noch waterbestendig noch waterdicht.
  8. De secundaire verpakking moet waterdicht zijn.
  9. Waterdicht schoeisel met beschermende metalen neus, bovendeel kunststof
  10. Waterdicht schoeisel met beschermende metalen neus, bovendeel rubber
  11. .2.2 Indien spanten of balken door een waterdicht dek of schot zijn gevoerd, moet de doorvoering zonder gebruikmaking van hout of cement waterdicht zijn uitgevoerd.
  12. Waterdicht schoeisel, met bovendeel van rubber of van kunststof (m.u.v. schoeisel met beschermende metalen neus)
  13. .1 Er moet een voorpiek- of aanvaringsschot zijn aangebracht dat tot het vrijboorddek waterdicht moet zijn.
  14. Schoeisel met metalen neus, ander dan waterdicht, bovendeel rubber of kunststof
  15. Dierenverblijven ontworpen om te kunnen worden ontsmet (waterdicht en makkelijk wasbaar materiaal voor kooien enz.)