Betekenis van:
welbevinden
welbevinden (het ~)
Zelfstandig naamwoord
- persoonlijk geluk en gezondheid; het in goede toestand zijn
"het algemeen welbevinden van de mensen"
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Voorbeeldzinnen
- Het stroomniveau moet een zuurstofsaturatie in het bestand van ten minste 60 % opleveren en moet borg staan voor het welbevinden van de dieren en de afvoer van effluenten.
- Het vangstgebied moet uitgerust zijn met een klep waarlangs schoon water instroomt en moet met het oog op het welbevinden van de vis voldoende groot zijn.
- Volgens de definitie van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is gezondheid een toestand van volledig lichamelijk, geestelijk en sociaal welbevinden en niet de loutere afwezigheid van ziekte of handicap.
- Sociale competentie hangt samen met het persoonlijke en sociale welbevinden, hetgeen inzicht vereist in de manier waarop men voor een optimale lichamelijke en geestelijke gezondheid kan zorgen, het besef dat die van onschatbare waarde is voor jezelf, je familie en je directe sociale omgeving, en kennis van de manier waarop een gezonde leefstijl hiertoe kan bijdragen.
- acties vaststellen en versterken die bijdragen tot een positieve behandeling van mensen die het risico lopen slachtoffer te worden van geweld, namelijk door te kiezen voor een aanpak die zowel tot respect voor deze personen aanzet als hun welbevinden en persoonlijke ontplooiing bevordert;
- De Commissie concludeert daarom dat Roemenië en Ford in bevredigende mate hebben aangetoond dat de vaardigheden die met de aanvullende algemene opleiding worden geleerd, buiten de huidige functie van de werknemers voor hen van nut kunnen zijn, mogelijk in een andere, toekomstige baan, in hun sociale leven, of voor hun persoonlijk welbevinden — in de zin van punt 9.2, onder d), van de Mededeling van 2009 inzake opleidingssteun.
- Onder meer: i) de opleiding wordt door verschillende onafhankelijke ondernemingen gezamenlijk georganiseerd of kan aan werknemers van verschillende ondernemingen ten goede komen; ii) de opleiding wordt gecertificeerd, leidt tot een erkend diploma of wordt erkend door een overheidsorgaan; iii) de opleiding is gericht op de categorieën werknemers die een groot verloop hebben in de betrokken onderneming en sector; iv) het nut van de opleiding voor de werknemers gaat verder dan hun huidige functie (toekomstige baan in een andere onderneming, sociale vaardigheden, persoonlijk welbevinden enz.).