Betekenis van:
zaken-
Werkwoord
Voorbeeldzinnen
- Zaken zijn zaken.
- Zaken zijn zaken.
- Dat zijn jouw zaken niet.
- Gedane zaken nemen geen keer.
- Ik meng niet graag zaken met plezier.
- Bemoei je niet met mijn zaken.
- Bemoei je met je eigen zaken!
- Bemoei je met je eigen zaken.
- Gelijke zaken worden opgelost in gelijke zaken
- Ik denk dat we samen zaken kunnen doen.
- Daar waren niet weinig interessante zaken te zien.
- Er zijn zaken die je beter niet weet.
- Is de minister van buitenlandse zaken al aangekomen?
- Ik ben hier voor zaken / op vakantie
- Terwijl ik over dat soort zaken nadacht, keek ik weer naar "Duck Soup"