Betekenis van:
zeevaart

zeevaart
Zelfstandig naamwoord
  • scheepvaart over de zee

Voorbeeldzinnen

  1. ZEEVAART
  2. Zeevaart
  3. Steun aan de zeevaart
  4. Koelschepen, andere dan tankschepen, nieuwbouw, zeevaart
  5. Ondersteunende diensten in verband met zeevaart
  6. stuurman in de zeevaart II/ 4 ST CW („timonier maritim”)”;
  7. „Roemenië: voor stuurman in de zeevaart II/ 4 ST CW („timonier maritim”):
  8. basiskennis op het gebied van de zeevaart en passende kennis van de veiligheidsvoorschriften;
  9. Deze maatregelen van belastingverlichting die in bijzondere mate voor de zeevaart gelden, worden als staatssteun beschouwd.
  10. de verenigbaarheid van de dataformaten met het AIS-systeem voor de zeevaart.
  11. deelneming aan ten minste één audit van een met de zeevaart verband houdend beleidssysteem.
  12. Voor de berekening van het binnenlandse verbruik worden bunkervoorraden voor de zeevaart niet in aanmerking genomen.
  13. werkzaamheden in verband met de goedkeuring, controle en afgifte van certificaten voor de zeevaart;
  14. voor stuurman in de zeevaart II/ 4 ST CW („timonier maritim”):
  15. Het belang van de zeevaart en de hele maritieme sector in de verschillende landen loopt nogal uiteen.