Betekenis van:
zodra
zodra
Voegwoord
- geeft aan welke gebeurtenis eerst moe(s)t plaatsvinden
"Zodra hij vrijgelaten werd, vatte hij zijn criminele loopbaan weer op."
Voorbeeldzinnen
- Schrijf me zodra je er bent.
- Zodra ik opsta, zet ik koffie.
- Ik bel je van zodra ik in de luchthaven ben.
- Ik heb haar herkend van zodra ik haar zag.
- Ik zal het boek teruggeven zodra ik kan.
- Laat ons vertrekken van zodra hij terug is.
- Van zodra hij aankwam, vroeg hij om een maaltijd.
- Stuur me alsjeblieft een kaartje zodra je aankomt.
- Zodra ik het heb, stuur ik het naar je door.
- Zodra we er aankwamen, begon het te regenen.
- Zeg zodra u contact opneemt met uw vrienden tegen ze dat er een lawine komt.
- Ik ben zo moe dat ik naar bed ga zodra ik thuiskom.
- zodra een beperking is opgelegd.
- zodra een autorisatie is verleend of geweigerd;
- Moet gaan branden zodra de bedrijfsrem wordt bediend.