Betekenis van:
zoetstof

zoetstof
Zelfstandig naamwoord
  • een stof die een zoete smaak veroorzaakt
"Het verlangen om slank te blijven heeft zoetstoffen erg populair gemaakt."

Voorbeeldzinnen

  1. „met zoetstof(fen)”
  2. „met suiker(s) en zoetstof(fen)”
  3. Daarnaast moet Richtlijn 94/35/EG worden gewijzigd aangezien erytritol, net als de andere momenteel toegelaten polyolen, ook als zoetstof kan worden gebruikt.
  4. Onverminderd lid 1 is de aanwezigheid van een als zoetstof gebruikt levensmiddel toegestaan in samengestelde levensmiddelen zonder toegevoegde suikers, samengestelde levensmiddelen met verminderde verbrandingswaarde, samengestelde dieetvoeding bestemd voor een caloriearm dieet, in niet-cariogene samengestelde levensmiddelen en samengestelde levensmiddelen met een verlengde houdbaarheid, mits de zoetstof in een van de ingrediënten van deze samengestelde levensmiddelen is toegestaan.