Betekenis van:
zonnen

zonnen
Werkwoord
  • zich gedurende een zekere tijd blootstellen aan zonnestraling
"Ik zat even te zonnen in het voorjaarszonnetje."
zonnen
Werkwoord
  • het naakte of zeer licht beklede lichaam aan de zonnestralen blootstellen
"liggen zonnen"

Synoniemen

Hyperoniemen

zon (de ~ | meervoud zonnen)
Zelfstandig naamwoord
  • zelflichtend hemellichaam

Hyperoniemen