Betekenis van:
zonnen

zonnen
Werkwoord
  • zich gedurende een zekere tijd blootstellen aan zonnestraling
"Ik zat even te zonnen in het voorjaarszonnetje."
zonnen
Werkwoord
  • het naakte of zeer licht beklede lichaam aan de zonnestralen blootstellen
"liggen zonnen"

Synoniemen

Hyperoniemen

zon (de ~ | meervoud zonnen)
Zelfstandig naamwoord
  • zelflichtend hemellichaam

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Een gloeilamp boven een platform dat als rustplaats fungeert, stelt de reptielen in staat te „zonnen” om hun lichaamstemperatuur te verhogen.
  2. Dit comité brengt advies uit over aangelegenheden betreffende alle soorten gezondheids- en veiligheidsrisico’s (met name chemische, biologische, mechanische en andere fysieke risico’s) van voor de consument bestemde non-foodproducten (zoals bijvoorbeeld cosmetische producten en de bestanddelen daarvan, speelgoed, textiel, kleding, verzorgingsproducten, huishoudelijke producten zoals detergenten enz.) en dienstverlening (zoals bijvoorbeeld tatoeage, kunstmatig zonnen enz.).