Vertaling van dag

Inhoud:

Deens
Nederlands
dag {bn.}
dag [m]

Voorbeelden in zinsverband

Deens
Nederlands

Glædelig mors dag!

Gelukkige Moederdag!

Han går derhen hver dag.

Hij gaat daar elke dag naartoe.

I dag er det mandag.

Vandaag is het maandag.

Min dag slutter klokken fem.

Mijn dag eindigt om vijf uur.

I dag er det koldt.

Vandaag is het koud.

Hun spiller tennis hver dag.

Iedere dag speelt ze tennis.

Hun fik strømregningen i dag.

Ze kreeg vandaag de elektriciteitsrekening.

I dag er det lørdag.

Vandaag is het zaterdag.

I dag er det koldt.

Het is koud vandaag.

Lytter du til radioen hjemme hver dag?

Luister jij thuis dagelijks naar de radio?

Dette er ordbogen jeg bruger hver dag.

Dat is het woordenboek dat ik alle dagen gebruik.

Vi blev født på samme dag.

We zijn op dezelfde dag geboren.

Det er ikke koldt i dag.

Het is niet koud vandaag.

I dag har jeg set en stjerne.

Ik heb vandaag een ster gezien.

Jeg går på arbejde hver dag.

Ik ga iedere dag naar het werk.