Vertaling van hver

Inhoud:

Deens
Nederlands
al, hver {onb. vnw.}
elk
ieder
iedereen
al
elkeen
iegelijk


Voorbeelden in zinsverband

Deens
Nederlands

De modtog hver en gave.

Ze hebben elk een geschenk ontvangen.

Dette er ordbogen jeg bruger hver dag.

Dat is het woordenboek dat ik alle dagen gebruik.

Jeg går på arbejde hver dag.

Ik ga iedere dag naar het werk.


Gerelateerd aan hver

al