Vertaling van men

Inhoud:

Deens
Nederlands
men {vw.}
doch
maar 
echter 

Voorbeelden in zinsverband

Deens
Nederlands

Men vi kan ikke forstå ham.

Maar we kunnen hem niet verstaan.

Min bror er lille, men stærk.

Mijn broer is klein maar sterk.

Jeg har ikke penge, men jeg har drømme.

Ik heb geen geld, maar ik heb dromen.

Jeg har ikke penge, men jeg har drømme.

Ik heb geen geld, maar ik heb dromen.

Alle heste er dyr, men ikke alle dyr er heste.

Alle paarden zijn dieren, maar niet alle dieren zijn paarden.

Jeg har en kuglepen, men jeg vil gerne have en anden.

Ik heb een balpen, maar ik wil er nog één.

Min bror er to år ældre end mig, men han er tre centimeter lavere.

Mijn broer is twee jaar ouder dan ik, maar hij is drie centimeter kleiner.

Hans favorit baseball hold er Giants, men han kan også godt lide Lions.

Zijn favoriete honkbalteam is de Giants, maar hij houdt ook van de Lions.