Vertaling van ord

Inhoud:

Deens
Nederlands
ord [o] {zn.}
woord  [o]
bewoording  [v]
Hvad betyder dette ord?
Wat betekent dit woord?
Han sagde ikke et ord.
Hij zei geen woord.


Voorbeelden in zinsverband

Deens
Nederlands

Hvad betyder dette ord?

Wat betekent dit woord?

Han sagde ikke et ord.

Hij zei geen woord.

Jeg kan ikke finde ord.

Ik heb er geen woorden voor.

Poeter vælger de bedste ord.

Dichters kiezen de beste woorden.

Betty sagde aldrig et ord.

Betty zei nooit een woord.

Mange engelske ord stammer fra latin.

Veel Engelse woorden komen uit het Latijn.

Mange engelske ord stammer fra latin.

Veel Engelse woorden komen uit het Latijn.

Jeg forstår ikke et ord af hvad han siger.

Ik begrijp geen woord van wat hij zegt.