Vertaling van virkelig

Inhoud:

Deens
Nederlands
virkelig {bn.}
feitelijk
werkelijk 
virkelig {bn.}
effectief 
werkelijk 
daadwerkelijk 
reel, virkelig {bn.}
reëel
werkelijk 
daadwerkelijk 
wezenlijk

Voorbeelden in zinsverband

Deens
Nederlands

Virkelig?

Echt?

Han kan virkelig godt lide at rejse.

Hij houdt echt veel van reizen.

I går læste jeg en virkelig interessant fortælling.

Gisteren heb ik een erg interessant verhaal gelezen.


Gerelateerd aan virkelig

reel