Vertaling van gefrieren
Inhoud:
Duits
Spaans
zu Eis werden, gefrieren, erstarren {ww.}
helarse
frieren, gefrieren {ww.}
helar
wir gefrieren
sie gefrieren
nosotros helamos
ellos/ellas hielan
» meer vervoegingen van helar
wir gefrieren
sie gefrieren
nosotros helamos
ellos/ellas hielan
» meer vervoegingen van helar