Vertaling van Appetit

Inhoud:

Duits
Nederlands
Appetit [m] (der ~), Eßlust [v] (die ~) {zn.}
eetlust [m]
trek
graagte
hongerigheid [v]
Dank dir habe ich meinen Appetit verloren.
Het is jouw schuld dat ik mijn eetlust kwijt ben.


Voorbeelden in zinsverband

Duits
Nederlands

Guten Appetit!

Eet smakelijk!

Dank dir habe ich meinen Appetit verloren.

Het is jouw schuld dat ik mijn eetlust kwijt ben.


Gerelateerd aan Appetit

Eßlust