Vertaling van April

Inhoud:

Duits
Nederlands
April [m] (der ~), Ostermond, Ostermonat, Wandelmond, Wandelmonat, Ostermont {zn.}
april  [m]
grasmaand
Im April waren nicht viele Feriengäste auf der Insel.
In april waren er niet veel vakantiegangers op het eiland.


Gerelateerd aan April

Ostermond - Ostermonat - Wandelmond - Wandelmonat - Ostermont