Vertaling van Dank
Inhoud:
Duits
Nederlands
dank {vz.}
dank zij
abdanken, abdizieren, zurücktreten, verzichten, sein Amt niederlegen, seine Würde niederlegen {ww.}
Es gibt Gerüchte, dass er zurücktreten wird.
Er zijn geruchten dat hij zal aftreden.
Voorbeelden in zinsverband
Duits
Nederlands
Gott sei Dank.
Godzijdank.
Vielen Dank!
Dank je wel!
"Vielen Dank" sagte sie mit einem Lächeln.
"Heel erg bedankt," zei ze met een glimlach.
Dank dir habe ich meinen Appetit verloren.
Het is jouw schuld dat ik mijn eetlust kwijt ben.