Vertaling van Europäer

Inhoud:

Duits
Nederlands
Europäer [m] (der ~) {zn.}
Europeaan  [m]


Voorbeelden in zinsverband

Duits
Nederlands

Europäer trinken gern Wein.

Europeanen drinken graag wijn.

Viele Europäer kennen das moderne Japan nicht.

Veel Europeanen kennen het moderne Japan niet.

Die Anzahl der Europäer, die jedes Jahr Thailand besuchen, ist sehr hoch.

Het aantal Europeanen dat elk jaar Thailand bezoekt is erg groot.