Vertaling van Fahrrad
Inhoud:
Duits
Nederlands
Fahrrad , Veloziped {zn.}
velocipède
Ich habe kein Fahrrad.
Ik heb geen fiets.
Ken will ein Fahrrad.
Ken wil een fiets.
Voorbeelden in zinsverband
Duits
Nederlands
Ich habe kein Fahrrad.
Ik heb geen fiets.
Dieses Fahrrad gehört mir.
Deze fiets is van mij.
Ken will ein Fahrrad.
Ken wil een fiets.
Kann ich das Fahrrad benutzen?
Mag ik deze fiets gebruiken?
Ich habe ein rotes Fahrrad.
Ik heb een rode fiets.
Man hat mein Fahrrad gestern gestohlen.
Mijn fiets is gisteren gestolen.
Er fuhr mit dem Fahrrad hin.
Hij is op de fiets gegaan.
Ich will ein neues Fahrrad kaufen.
Ik wil een nieuwe fiets kopen.
Maurice Ravel hatte ein schönes Fahrrad.
Maurice Ravel had een mooie fiets.
Nur Genießer fahren Fahrrad und sind immer schneller da.
Alleen genieters fietsen en komen altijd eerder aan.
Er fährt jeden Sonntag Fahrrad.
Hij gaat elke zondag wielrennen.