Vertaling van Fleischer

Inhoud:

Duits
Nederlands
Fleischer [m] (der ~), Schlächter [m] (der ~), Metzger [m] (der ~), Mörder [m] (der ~) {zn.}
slager [m]
vleeshouwer [m]
slachter [m]
Fleischer [m] (der ~) {zn.}
slager [m]


Gerelateerd aan Fleischer

Schlächter - Metzger - Mörder