Vertaling van Grab
Inhoud:
Duits
Nederlands
vergraben, eingraben {ww.}
inkuilen
ingraven
kuilen
begraven
ingraven
kuilen
begraven
ausgraben {ww.}
rooien
opgraven
opgraven
graben, wühlen, umgraben, bauen, abteufen, niederbringen, ausheben, ausschachten, herumkramen, herumwühlen {ww.}
spitten
woelen
graven
woelen
graven
durchgraben, durchstechen, durchwühlen {ww.}
omwoelen
omspitten
omspitten