Vertaling van Halle

Inhoud:

Duits
Nederlands
Halle [v] (die ~), Schutzdach [o] (das ~), Überdachung [v] (die ~) {zn.}
zaal
hal
Halle {eigenn.}
Halle
hallen, klingen, läuten, schallen, tönen {ww.}
luiden
overgaan
schalmen
kleppen
galmen
beieren
aflopen 

ich halle

ik luid
» meer vervoegingen van luiden



Gerelateerd aan Halle

Schutzdach - Überdachung - hallen - klingen - läuten - schallen - tönen