Vertaling van Hammer

Inhoud:

Duits
Nederlands
Hammer [m] (der ~) {zn.}
hamer [m]
Ich brauche einen Hammer.
Ik heb een hamer nodig.
„Ich blick's jetzt!“, sagte der blinde Mann, als er sich seinen Hammer und die Bauanleitung griff.
"Ik zie", zei de blinde man, toen hij zijn hamer en zaag opraapte.


Voorbeelden in zinsverband

Duits
Nederlands

Ich brauche einen Hammer.

Ik heb een hamer nodig.

Für den, der nur einen Hammer im Werkzeugkasten hat, sieht jedes Problem wie ein Nagel aus.

Voor iemand die alleen een hamer in z'n gereedschapskist heeft ziet elk probleem eruit als een spijker.

„Ich blick's jetzt!“, sagte der blinde Mann, als er sich seinen Hammer und die Bauanleitung griff.

"Ik zie", zei de blinde man, toen hij zijn hamer en zaag opraapte.