Vertaling van Kleider

Inhoud:

Duits
Nederlands
Kleider {eigenn.}
kleding  [v]
goed  [o]
kleren


Voorbeelden in zinsverband

Duits
Nederlands

Kleider machen Leute.

Kleren maken de man.

Sie wollte die verschmutzten Kleider waschen.

Ze wou de vuile kleren wassen.

Hast du neulich neue Kleider gekauft?

Heb je onlangs enige nieuwe kleding gekocht?