Vertaling van Kurs

Inhoud:

Duits
Nederlands
Kurs [m] (der ~), Richtung [v] (die ~) {zn.}
richting  [v]
richtlijn
koers
leiding  [v]
In welche Richtung ist er gegangen?
In welke richting ging hij heen?
Norden ist die entgegensetzte Richtung von Süden.
Noord is de richting die tegenovergesteld is aan zuid.


Gerelateerd aan Kurs

Richtung