Vertaling van Losgehen

Inhoud:

Duits
Nederlands
losgehen, aufbrechen {ww.}
weggaan 
op weg gaan
tijgen
opstappen

ich werde losgehen
du wirst losgehen
er/sie/es wird losgehen

ik zal weggaan
jij zult weggaan
hij/zij/het zal weggaan
» meer vervoegingen van weggaan

Explosion [v] (die ~), Bersten [o] (das ~), Losgehen, Indieluftfliegen, Ausbruch [m] (der ~) {zn.}
ontploffing [v]
uitbarsting [v]
explosie [v]


Gerelateerd aan Losgehen

losgehen - aufbrechen - Explosion - Bersten - Indieluftfliegen - Ausbruch