Vertaling van Nahrungsmittel

Inhoud:

Duits
Nederlands
Ätzung [v] (die ~), Ernährung [v] (die ~), Futter [o] (das ~), Nahrung [v] (die ~), Nahrungsmittel [o] (das ~) {zn.}
voedsel 
voer 
voedingsmiddel
voeder
kost
voeding [v]
Er musste tagelang ohne Nahrung auskommen.
Hij moest het dagenlang zonder voedsel stellen.


Gerelateerd aan Nahrungsmittel

Ätzung - Ernährung - Futter - Nahrung