Vertaling van Onkel
Voorbeelden in zinsverband
Tom hat drei Onkel.
Tom heeft drie ooms.
Ich werde nächste Woche meinen Onkel besuchen.
Ik zal volgende week mijn oom bezoeken.
Onkel Bob lud uns zum Abendessen ein.
Oom Bob nodigde ons uit voor het avondeten.
Mein Onkel gab mir ein Buch.
Mijn oom heeft mij een boek gegeven.
Tom wohnt jetzt bei seinem Onkel.
Tom woont nu bij zijn oom.
Ist dein Onkel immer noch im Ausland?
Is jullie oom nog steeds in het buitenland?
Mein Onkel hat mir dieses Buch gekauft.
Mijn oom heeft dit boek voor mij gekocht.
Bei meinem Onkel wurde Leukämie diagnostiziert.
Mijn oom is gediagnosticeerd met leukemia.
Gestern hat mein Onkel einen Hund gekauft.
Gisteren heeft mijn oom een hond gekocht.
Mein Onkel wohnt in der Nähe der Schule.
Mijn oom woont in de buurt van de school.